header Gjallar, Noormannen in de Lage Landen

   DEENSE WARLORDS

GUDRÖDR (GODFRIED DE JONGERE)

In 879 kwam hij als een van de leiders van het 'grote leger' naar het vasteland. Witbert, een medestander van de rebellerende Karolingische prins Hugo, wist te bewerkstelligen dat keizer Karel III de in het nauw gedreven Guğröğr beleende met Frisia, het noordelijkste gedeelte van het voormalige middenrijk. Maar voor wat hoort wat. En zo werd Guğröğr betrokken in de strijd om Lotharingen en kwam hij in een politiek web terecht, dat hem de kop zou kosten.


Als Lodewijk de Jongere, heerser van Austrasië, na de dood van de Westfrankische koning Lodewijk de Stotteraar, diens rijk binnenvalt trekken de beide zonen van de overleden koning hem tegemoet. Maar het komt niet tot een gevecht. De partijen sluiten een overeenkomst, waarin het Westfrankische deel van het voormalige rijk van Lotharius II naar het Oostfrankische rijk gaat. Op de terugtocht stuit Lodewijk bij Thiméon op een bende Noormannen, die net over land terugkeren naar hun vloot. De koning weet ze te verslaan, maar zijn zoon komt om in de strijd. Volgens de Annales Vedastini heeft de Noormannenleider Guğröğr deze moord persoonlijk op zijn geweten (1). Hij blijkt een van de leiders te zijn die in 879 met een groot vikingleger vanuit Engeland naar het Frankische rijk was overgestoken.
Guğröğr behoorde zeer waarschijnlijk tot de clan van Klakk-Haraldr en was mogelijk diens kleinzoon. Hij kan niet dezelfde persoon geweest zijn als Guğröğr Haraldsson, want dan zou hij twee maal gedoopt zijn. Bovendien zou hij nogal op leeftijd zijn geweest voor een legeraanvoerder.
Het vikingleger uit Engeland had onder andere te Kortrijk en in de versterkte koningspalts te Nijmegen winterkampen ingericht (2) en hield een ware strooptocht in het hart van het Frankische rijk. In 881 verschansen zij zich te Ascloha (3) aan de Maas en ondernemen van hieruit strooptochten langs de Maas en de Rijn en weten zelfs de Akense palts te veroveren. De in Ascloha verschanste Noormannen worden in de zomer van 882 door een groot leger van keizer Karel III (de Dikke) omsingeld en belegerd nadat een verrassingsaanval door verraad op niets was uitgelopen (4). Een directe confrontatie met zo'n grote Frankische troepenmacht moet voor de Noormannen wel op een nederlaag uitlopen, toch sluit Karel III, met de overwinning binnen handbereik, een verbond met Guğröğr. Bij de onderhandelingen speelde graaf Witbert, een naaste raadgever van Karel en een telg uit een Lotharius-gezinde familie, een doorslaggevende rol. Witbert was opgegroeid aan het hof van Lotharius II en was na diens dood opgetreden als pleegvader van Hugo, de zoon van Lotharius. Guğröğr ziet af van verdere plunderingen in het rijk van de keizer. In ruil daarvoor krijgt hij het militaire opperbevel over Frisia en goederen in Kennemerland in leen. Het kan haast niet anders of Witbert moet dit voorgesteld hebben. Frisia was een deel van het voormalige rijk van Lotharius II. Dat Guğröğr inderdaad te porren is voor een alliantie met de nakomelingen van Lotharius II blijkt uit zijn latere samenwerking met Hugo (5). Nu Guğröğr een belangrijke positie inneemt in de Friese kustlanden wordt hij in 883 benaderd door Hugo met een voorstel voor nadere samenwerking om het voormalige rijk van zijn vader te veroveren. Om de onderlinge band te verstevigen krijgt Guğröğr Hugo's zuster Gisela ten huwelijk (6). Volgens de annalist van St-Vaast en Regino (7) zou het huwelijk van Guğröğr al deel van de overeenkomst met Karel III van het jaar daarvoor in Ascloha hebben uitgemaakt. Maar het samenbrengen van Guğröğr met een naaste verwante van de zo gevaarlijke Hugo zou van een domheid getuigen, die we zelfs de herhaaldelijk blunderende Karel III moeilijk kunnen toeschrijven. Dat Karel het gevaar van deze verbintenis wel inzag, en deze waarschijnlijk ook als een provocatie beschouwde, blijkt als hij in het voorjaar daarop Gisela bij zich in Worms ontbiedt en haar een tijd lang niet toestaat naar haar echtgenoot terug te keren. Dit zal de goede verhouding tussen de keizer en zijn vazal bepaald niet bevorderd hebben. Die verhouding verslechtert nog als in de herfst van dat jaar Guğröğr ervan wordt beticht zijn gebied niet voldoende te verdedigen. Een vloot Denen voert door zijn gebied de Rijn op, ze slaan hun kamp op in Duisburg en zouden de omgeving hebben geplunderd als zij niet door hertog Hendrik zouden zijn tegengehouden. In het voorjaar keren zij naar het kustgebied terug (8).
De dood van de Westfrankische koning Karloman (12 december 884) is voor Hugo, gesterkt door zijn verbond met Guğröğr, het moment om tot actie over te gaan, temeer daar keizer Karel III naar Italië is afgereisd. Hugo zendt geheime boden naar Guğröğr in Frisia met de vraag troepen te sturen. Hij zou hem de helft van het rijk beloofd hebben als deze met behulp van de diensten van de Deen in handen van Hugo valt. Dan vraagt Guğröğr, via zijn gezanten de Friese graven Gerulf en Gardulf, aan de keizer hem enige fiscale goederen aan de Rijn bij Koblenz af te staan, vanwege de wijnproductie. Alleen dan kan hij de rijksgrenzen blijven verdedigen (9). De Annalen van Sint-Vaast weten te melden dat deze zet bedacht is door de Friese graaf Gerulf (10). Het gevraagde gebied behoort tot het Frankische kerngebied en ligt bovendien op de strategische samenkomst van Rijn en Moezel, zo'n verzoek zou natuurlijk geweigerd worden. Totnogtoe hadden de Frankische heersers de Denen alleen maar beleend met gebieden in Frisia. Dit was immers een ideale leen voor de op scheepsgebied superieure Noormannen, omdat de Franken zelf het gebied niet konden verdedigen. Maar Karel III wijst het verzoek niet af en geeft zo zijn leenman geen excuus om tot militaire actie over te gaan. In plaats daarvan arrangeert de keizer een 'overleg' tussen zijn gezant, hertog Hendrik van Francië, en Guğröğr met de bedoeling de Deen te vermoorden. Als ontmoetingsplaats wordt Herispich, een voor de Franken goed bereikbare plaats nabij de splitsing van Rijn en Waal, gekozen. Hendrik laat de Hamalander graaf Everhard 'Saxo', wiens bezittingen eerder door Guğröğr geroofd waren, een aanklacht tegen de Deen indienen en de eerste slag toebrengen. Daarop stort Guğröğr ter aarde en wordt door de mannen van Hendrik gedood (11). 'Omdat Guğröğr de Deen trouwbreuk wilde plegen door een list van zijn getrouwe Gerulf, werd hij door hertog Hendrik gedood', berichten de Annalen van Sint-Vaast (12).


prent uit J. Wagenaar, Vaderlandsche Historie

De moord op Guğröğr
Ets uit J. Wagenaar, Vaderlandsche historie vervattende de geschiedenis der nu Vereenigde Nederlanden inzonderheid die van Holland van de vroegste tijden af. (1790-1796)


Noten
(1) AV 880, Annales Vedastini: zie Rau, (1958b), 296; AF 880, 110-112; AB 880, 280; RP 879, abbatis Prumiensis Chronicon: zie Rau, (1960b), 256; Guğröğr wordt in de historiografie ook wel Guğröğr de Zeekoning genoemd.
(2) AF 880, 114.
(3) AF 882, 116.
(4) AF 882, 132.
(5) AF 883, 120.
(6) AF 883, 120.
(7) AV 882, 302; RP 882, 264.
(8) RP 884, 266-268.
(9) RP 885, 268.
(10) AV 885, 308.
(11) RP 885, 270.
(12) AV 885, 308.


Referenties
Giles, J.A., Six Old English Chronicles (Londen 1848), 1-40
Mestdagh, M., De Vikingen bij ons, Het Grote Leger (879-892) in België en Frankrijk (Gent 1989)
Muller Fzn, S. & Bouman, A.C., Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301 I (Utrecht 1920)
Pertz, G.H. (ed.), Monumenta Germaniae Historica Scriptores II (Hannover 1829)
Rau, R. 1958a, Annales Bertiniani, Quellen zur karolingischen Reichsgeschichte II (Darmstadt 1958), 11-287
Rau, R. 1958b, Annales Vedastini, Quellen zur karolingischen Reichsgeschichte II (Darmstadt 1958), 290-337
Rau, R. 1960a, Annales Fuldenses, Quellen zur karolingischen Reichsgeschichte III (Darmstadt 1960), 19-177
Rau, R. 1960b, Reginonis Prumensis Chronica, Quellen zur karolingischen Reichsgeschichte III (Darmstadt 1960), 180-319
Sloet, L.A.J.W., Oorkondenboek der graafschappen Gelre en Zutfen tot op den Slag van Woeringen, 5 juni 1288 ('s-Gravenhage 1872-1876)


Maasmechelen 2004
De Maas bij Maasmechelen

Waar lag Ascloha?
(of Haslao, resp. Escelum (AV 881, 300; Ethelwerd's Chronicle: zie Giles (1848), 32). Als mogelijke locaties worden Asselt bij Roermond en Elsloo bij Maastricht genoemd. Asselt lijkt vanuit historisch perspectief de beste papieren te hebben, deze plaats komt onder meer voor als Assclon in een oorkonde uit 943 (OSU: zie Muller en Bouwman (1920), no. 105) en als Aslao in een oorkonde uit 860 (Sloet (1872) no. 50). Haslao was een koningspalts, wellicht de versterkte structuur waar de Noormannen zich konden verschansen. Mestdagh (1989, 106) meende de structuur van het vikingkamp bij Maasmechelen, in de buurt van Elsloo, te hebben gevonden, ongeveer tegenover de plaats waar de Geul in de Maas stroomde. De hier aangetroffen cirkelvormige structuur in het landschap zou op de restanten van een vikingkamp duiden. Bij nader (veld) onderzoek blijkt het echter om de sporen van een verlaten riviermeander te gaan.
terug naar de tekst

Terug naar overzicht Deense warlords
Terug naar Guğröğr Haraldsson
Startpagina