header Gjallar, Noormannen in de Lage Landen

   DEENSE WARLORDS

GUDRÖDR HARALDSSON (GODFRIED HARALDSZOON)

Nadat Saksische edelen zijn vader Klakk-Haraldr, graaf van Riustringen, hadden vermoord, raakte Guğröğr op drift en leed een paar jaar een piratenbestaan op de Westfrankische kusten. En passant deed hij twee vergeefse pogingen om in Oost-Frisia gewapenderhand de macht aan zich te trekken totdat hij zich aansloot bij zijn neef Hrœrekr in West-Frisia. Samen probeerden de neven 'koninklijke macht' in Denemarken te verkrijgen. Hun poging mislukte en ze keerden terug naar Frisia, maar Guğröğr werd verdreven en week uit naar Engeland.


In 852, het sterfjaar van Klakk-Haraldr , horen we voor het eerst van diens zoon Guğröğr (Godfried) als deze de Frankische kusten aanvalt (1). De annalist, Prudentius, weet te vertellen dat Guğröğr in de tijd van Lodewijk de Vrome in Mainz gedoopt was. Inderdaad werd er in 826 een zoon van Haraldr gedoopt. Deze werd volgens Ermoldus Nigellus, die de doop van Haraldr en zijn familie uitvoerig heeft beschreven, door Lotharius 'met een wit doopgewaad ontvangen' (2). Ermoldus bedoelt dat Lotharius de peetvader van de zoon van Haraldr werd. Als Haraldr en zijn gevolg weer naar Denemarken vertrekt blijven er een zoon en een nepos achter in Frankische dienst (3). Die zoon zou Guğröğr geweest kunnen zijn.
Na de dood van Klakk-Haraldr vertrekt Guğröğr ad suos, 'naar de zijnen', verzamelt een grote vloot en valt Frisia aan (4). Zijn doel is waarschijnlijk Riustringen in Oost-Friesland. Volgens Prudentius is Guğröğr, die in Frankische dienst was, de koning ontrouw geworden (5). Dit impliceert dat hij een vazalitische verhouding tot Lotharius had. Het lijkt er dus op dat Guğröğr, net als zijn vader Haraldr, een eerzaam bestaan heeft geleid in Riustringen, totdat hij uit dit oord werd verdreven en daardoor gedwongen werd een piratenbestaan te gaan leiden. Als de annalist van Fulda meldt dat Klakk-Haraldr is vermoord door vorsten van de noordelijke streken en bewakers van de Deense grenzen (6), dan mogen we aannemen dat hiermee Saksische edelen bedoeld worden, die zich onder het voorwendsel van vage verdenkingen van hem ontdeden en zo het graafschap in handen probeerden te krijgen. Waarschijnlijk vreesden zij een permanente bezetting van Riustringen door Deense machthebbers, al dan niet met locale Friese steun. Omdat Guğröğr juist in 852 de koning ontrouw wordt zou het kunnen zijn dat Lotharius mogelijk een rol heeft gespeeld in de moord op Haraldr. Maar Guğröğr richt zijn pijlen op het Westfrankische rijk en laat het gebied van Lotharius verder ongemoeid. Hij lijkt het dan ook niet speciaal op Lotharius gemunt te hebben. De aanval op Riustringen moet daarom eerder gezien worden als een poging om zijn vaders gebied in zijn greep te krijgen dan een wraakactie tegen Lotharius.
Vervolgens laat Guğröğr Frisia voorlopig met rust. Hij lijkt het gebied van zijn neef Hrœrekr zorgvuldig te mijden. In een kreupel overgeleverd bericht (7) schemert iets dergelijks door: de piraten verlaten de Waal zonder te plunderen. Dat Guğröğr een goede verstandhouding met Hrœrekr had zal drie jaar later blijken als ze gezamelijk een greep naar de macht doen in Denemarken.
In 850 zorgen bannelingen van een Deense troonstrijd voor een opleving van vikingactiviteiten op de Frankische en Engelse kusten (8). Dit vormt een complicerende factor in de toch al verwarrende berichtgeving rond de jaren 850-852. Mogelijk op instigatie van Hrœrekr vertrekt ook Guğröğr al snel naar het rijk van Karel de Kale. In het najaar van 852 zeilt hij, vergezeld van Sigtryggr (Sidroc), naar Rouen en Beauvais om het Seinegebied onveilig te maken (9). Onder druk van de vele aanvallen ziet Karel de Kale zich genoodzaakt militair in te grijpen. Als Guğröğr en Sigtryggr een winterkamp op het eiland in de Seine bij Jeufosse inrichten worden zij belegerd door Karel, dit keer bijgestaan door Lotharius. Hun legers bezetten beide oevers van de Seine en de vorsten vieren gezamenlijk het kerstfeest aan de boorden van de rivier. Maar de belegering, die tot in het nieuwe jaar duurt, wordt een mislukking als Karels mannen weigeren tegen de Noormannen te vechten. Wel weet Karel met Guğröğr in het begin van 853, volgens Prudentius 'op bepaalde condities', een vredesovereenkomst te sluiten (10). Uit andere bronnen kennen we die condities: Karel neemt Guğröğr op in zijn gemeenschap en geeft hem 'land om te wonen' (11). Karel had de overeenkomst met Guğröğr 'geheim gehouden voor Lotharius', zoals de annalist van Fulda het zo vol betekenis uitdrukt. Dat zou erop kunnen wijzen, dat Karel heeft geprobeerd Guğröğr aan zich te binden met een gebied van Lotharius. Daar zou met name het kustgebied tussen Maas en Schelde (het latere Zeeland) voor in aanmerking kunnen komen. Karel zou zich zodoende op Lotharius hebben gerevancheerd voor diens usurpatie van dit omstreden gebied met behulp van Haraldr junior in 841. Karel had zich toch al nooit bij de rijksverdeling van 843 neergelegd. Hoe het ook zij, er zal daarna van een eventuele leen van Guğröğr niets meer blijken.
In 854 vindt er een aanval op Frisia, 'naast Saksen gelegen' plaats (12). Het is aannemelijk dat Guğröğr hiervoor verantwoordelijk is. Het zal niet om het door Hrœrekr bestuurde deel van Frisia gegaan zijn, eerder valt te denken aan Riustringen, waar hij dan een tweede poging onderneemt om het graafschap van zijn vermoorde vader in bezit te krijgen. Maar het blijkt tevergeefs, met lege handen klopt hij aan bij zijn neef Hrœrekr. Het jaar daarop vertrekken beide neven naar Denemarken waar ze proberen 'koninklijke macht' te verkrijgen. Hun tocht wordt een mislukking, zij vestigen zich in het najaar in Dorestad en blijken het grootste gedeelte van Frisia te beheersen (13). Het lijkt er dus op dat nu ook Guğröğr heerser van Frisia is. Mogelijk heerste hij over (een deel van) Oost-Frisia, zoals Riustringen, wellicht ook over Midden-Frisia. Als in 857 Hrœrekr naar de boorden van de Eider vertrekt doet hij dat volgens de annalist van Fulda cum sociis suis (14). Of Guğröğr tot deze kameraden behoort wordt niet gemeld, sindsdien wordt er lange tijd niets meer van hem vernomen. Mogelijk was hij uit Frisia verdreven en had zijn toevlucht gezocht in Engeland, bij de naar Engeland vertrokken manschappen van Hrœrekr, die hij in eerdere jaren had leren kennen.


Noten
(1) AB 852: zie Rau, (1958a), 82.
(2) Ermoldus: zie Faral, (1964), 174.
(3) Ermoldus, 190.
(4) AB 852, 82.
(5) a Lothario deficiens, AB 852, 82.
(6) principibus Borealium partium et custodibus Danici limitis, AF 852: zie Rau, (1960a), 42.
(7) Fragmentum Chronici Fontanellensis 850: zie Pertz, (1829), 303.
(8) AB 850, 76. In AF 850 en AB 852 zijn de gebeurtenissen onder een verkeerd jaar geplaatst en in de Chron.Font 850, 303 zijn de verschillende gebeurtenissen verward. Daardoor zijn er diverse lezingen van de gebeurtenissen tussen 850 en 852 ontstaan. Dat Guğröğr in 852 ook het Scheldegebied aandoet, zoals Prudentius beweert (AB 852, 82), is niet erg waarschijnlijk, de streek was het jaar daarvoor door Aesgir geplunderd. Dit bericht staat dan ook geheel geïsoleerd tussen de overigens overvloedige berichtgeving over de gebeurtenissen in deze periode.
(9) AB 852, 82; Chron. Font. 852, 304.
(10) AB 853, 82.
(11) AF 850, 40.
(12) AB 854, 86.
(13) parte maxima Fresiae, AB 855, 88-90.
(14) AF 857, 50.


Referenties
Faral, E., Ermold le Noir: Poème sur Louis le Pieux et épitres au roi Pépin (Parijs 1964)
Pertz, G.H. (ed.), Monumenta Germaniae Historica Scriptores II (Hannover 1829)
Rau, R. 1958a, Annales Bertiniani, Quellen zur karolingischen Reichsgeschichte II (Darmstadt 1958), 11-287
Rau, R. 1958b, Annales Vedastini, Quellen zur karolingischen Reichsgeschichte II (Darmstadt 1958), 290-337
Rau, R. 1960a, Annales Fuldenses, Quellen zur karolingischen Reichsgeschichte III (Darmstadt 1960), 19-177
Rau, R. 1960b, Reginonis Prumensis Chronica, Quellen zur karolingischen Reichsgeschichte III (Darmstadt 1960), 180-319
Sloet, L.A.J.W., Oorkondenboek der graafschappen Gelre en Zutfen tot op den Slag van Woeringen, 5 juni 1288 ('s-Gravenhage 1872-1876)

Terug naar overzicht Deense warlords
Terug naar Hróğulfr
Verder naar Guğröğr de jongere
Startpagina